De olifant in de kamer
Je weet dat het zal komen als je bekend maakt dat je op een lijst van Vooruit staat. Het kwam, zoals verwacht: “Verraders”, “poenpakkers”, de “dépanneurs van de N-VA”… Je weet niet alleen dat het zal komen, je weet ook uit welke hoek het komt. Van zolang ik actief ben bij sp.a en daarna Vooruit, en dat is ruim twintig jaar, is het zo geweest. Het is the elephant in the room, iets waar weinig militanten en mandatarissen van mijn partij graag luidop over spreken, maar wat telkens als een schaduw over elke verkiezingscampagne hangt: het aanhoudende strijd van PVDA tégen de sociaal-democratie. Voila, ik heb het nu luidop gezegd. Ik ga er maar één stukje aan wijden en er daarna over zwijgen. Het is immers een onvruchtbare discussie die nergens toe leidt en niets bijdraagt aan een beter bestuur.
Zoals een van de critici het meldde als reactie op het stukje over mijn kandidatuur heeft het verwijt dat sociaal-democraten ‘verraders’ zijn al een lange baard van meer dan een eeuw oud want: “dat is mutatis mutandis de lijn van de sociaal-democratie sinds hun oerverraad in 1914.” Je vindt het op nagenoeg alle Marxistische websites terug; sinds 1914, toen de Duitse SPD stemde voor de oorlog, later gevolgd door sociaal-democratische partijen in andere Europese landen, was de socialistische internationale gebroken en had de sociaal-democratie een pakt gesloten met de ‘imperialisten’. Een eeuw later zijn we nog altijd ‘verraders’, weliswaar verraders waar de PVDA héél graag mee wil samenwerken, maar goed, slechts een kniesoor die daarom maalt.
Maar eerst dit. Ik reken tot mijn vrienden een aantal mensen die overtuigd militeren voor PVDA en die oprechte, welmenende en vriendelijke mensen zijn die verbolgen zijn omwille van onrecht en menen dat enkel radicale stellingnames tot oplossingen kunnen leiden. Ik zal hen heel zeker in de volgende paragrafen wat op de zenuwen werken en zij zullen het niet met mij eens zijn. Ik kies immers bewust voor een centrumpositie en niet voor politiek extremisme. Zoals Caroline de Gruyter, een van de weinige politieke analisten waar ik het nagenoeg altijd mee eens ben, onlangs in De Standaard schreef, is de leegloop van het ‘midden’ het belangrijkste gevaar voor de democratie. Ze heeft het over de sirenenzang van het extremisme en vooral van rechts extremisme, maar haar redenering geldt uiteraard ook voor links extremisme. Partijen in het centrum die de agenda kopiëren van de extremen en populisten creëren een gapende leegte in het politieke centrum, de plek waar de meerderheid van de bevolking zich eigenlijk het liefst bevindt. De meeste mensen willen liever geen ambras en zijn géén extremisten. Ze willen een goed leven, een degelijk vangnet voor wanneer het fout loopt, een toekomst voor hun kinderen. Niet iedereen heeft het geluk, de mogelijkheid of de kansen op dat hele gewone verlangen naar een degelijk en veilig leven. En ja, dat is vaak - hoewel niet altijd - het gevolg van beleidsbeslissingen die geen of te weinig rekening houden met wie het moeilijk heeft.
Pijnpunten
Extremistische partijen zijn er zeer beslagen in om de pijnpunten bloot te leggen. Zo wijst het Vlaams Belang al bijna zo’n veertig jaar op de pijnpunten die ontstaan zijn als gevolg van migratie. Heel wat van die pijnpunten waren of zijn nog steeds reëel. Dat is niet ‘de schuld’ van migranten, dat is het gevolg van een knullig migratiebeleid, de enge focus op goedkope arbeidskrachten die onze bedrijven ten goede kwamen, een politieke desinteresse in arbeidsmigratie - ‘gastarbeiders’ zouden toch allemaal terugkeren, weet je wel - een scheefgetrokken relatie tussen het rijke noorden en het ‘arme’ zuiden… afijn de analyse is al tig keren gemaakt. Partijen aan de rechterzijde teren op de onvrede die daaruit ontstaan is: onvrede over verloederende wijken, de import van religieus conservatisme, de afkalving van felbevochten vrouwenrechten… De lijst is niet limitatief. Ook die analyse is tig keer gemaakt. De werkelijkheid is genuanceerder dan wat de onvrede er over vertelt, maar de onvrede is reëel.
Een gelijkaardige dynamiek is ook aan de linkerzijde gegroeid, terend op een onvrede die al even reëel is. De verontwaardiging over uitbuiting, racisme, brutaal en rauw winstbejag, een zich in razend tempo verrijkende toplaag die de rest van de bevolking het water aan de lippen doet komen, de ecologische en klimaatcatastrofe als gevolg van blind winstbejag van enkelen… Ook deze lijst is niet limitatief. En ook deze analyse is tig keer gemaakt.
De ideale samenleving
De extremen leggen vaak de vinger op de wonde, maar bieden zelden oplossingen. Ik probeer me altijd in te beelden wat de gedroomde samenleving van het Vlaams Belang zou zijn. Antwerpen zonder migranten, een land zonder vrijheid van levensbeschouwing… Zowat de helft van alle huizen zouden leeg staan, de meeste bedrijven zouden geen arbeidskrachten meer hebben, onze sociale zekerheid zou ineen storten… Het Vlaams Blok stelde ooit voor om alle werkloze migranten weer ‘naar huis’ te sturen. Tijdens een interview met Philip Dewinter - toen ik nog journalist was - vroeg ik hem om een dag te beschrijven waarin dat zou gebeuren: zouden dan de camions langs alle huizen rijden en Achmed opladen omdat hij geen werk heeft, maar zij broer Mohammed niet, want die werkt wel? Zouden ze dan Achmed uit de armen van zijn wenende moeder sleuren om hem op die camion te krijgen? Dewinter vond dat ik het allemaal op flessen trok. Maar hoe het werkelijk zou gebeuren, dat kon hij me niet vertellen.
Diezelfde vraag stel ik me als het over het ideaalbeeld van de PVDA gaat. Hoe ziet zo’n samenleving er dan eigenlijk uit? Mag iedereen dan maar een kleine 2000 euro verdienen? Moet iedereen een groot deel van zijn loon afstaan aan het Politbureau? Worden alle bedrijven genationaliseerd? Mag je eigenlijk nog praten met andersdenkenden? Mijn ervaring is dat dat niet mag. Toen ik een foto plaatste waarop ik een glas wijn dronk met Karel De Gucht, schreeuwden PVDA militanten dat ik een ‘verrader’ was van de arbeidersklasse en thuis hoorde in de goelag. Is dat het gedroomde toekomstbeeld? Moeten mensen zoals ik, sociaal-democraten, verraders van het volk, heropgevoed worden? Ik heb twee keer in mijn leven doodsbedreigingen gekregen, twee keer van PVDA-militanten. Militanten van Vooruit zullen deze constante stroom van verwijten herkennen en zich samen met mij telkens verbaasd afvragen waarom dezelfde mensen die ons voortdurend in de hoek van de imperialistische schurken, collaborateurs en verraders zetten toch zo graag met ons in coalitie willen gaan.
Ik hoor mijn PVDA-vrienden nu al roepen dat ik het op flessen trek. Maar overdrijf ik echt? Wat is precies hun maatschappijmodel? Is dat een kapitalistische vrije markteconomie die stevig gecontroleerd en aan banden gelegd wordt door de overheid, teneinde burgers zo goed mogelijk te beschermen tegen excessen? Als dat zo is, dan hebben we het over de sociaal-democratie. Maar als dat niet zo is en we spreken over een revolutionair socialisme dat de vrije markt-economie wil vernietigen, wat is dan precies het alternatief? Hoe ziet een dag er uit in de ideale samenleving van de PVDA? Net zoals we het antwoord niet krijgen van het Vlaams Belang over hun ideale Vlaams-nationalistische dag, krijgen we dat evenmin van PVDA over hun gedroomde communistische dag. Tijdens de afgelopen federale, Vlaamse en Europese verkiezingen vertelde een vriend me dat hij voor PVDA zou stemmen. Ik vroeg hem waarom hij dat wilde doen. “Om aan Vooruit een signaal te geven,” antwoordde hij. “Zou jij in een communistische PVDA-samenleving willen wonen?” vroeg ik hem.” “Nee natuurlijk niet,” antwoordde hij wat verschrikt. “Waarom stem je dan op PVDA?” vroeg ik hem. Hij heeft uiteindelijk voor Vooruit gestemd. Die eenvoudige vraag zet aan tot denken: “wil je in dat soort samenleving leven?” Want het gaat uiteraard om veel meer dan de terechte strijd tegen sociaal en ecologisch onrecht, het gaat over wat je daarna als alternatief biedt. Is dat een samenleving waarin compromis, coalitie, samenwerking - hoe stuntelig ook - de basis vormt, of een samenleving met slechts één communistische lijn die iedereen dient te volgen en wie er van afwijkt als verrader wordt weggezet?
Besturen met rechts?
Beide partijen zijn zeer goed in het aanwijzen van problemen, maar slagen er nauwelijks in om gedragen oplossingen aan te reiken binnen het democratische spel waarin verschillende meningen hun recht hebben. In beide gevallen is er slechts één mening die de juiste is. In beide gevallen is dat anti-democratisch. Die anti-democratie voel je ook in de woede die opwelt bij PVDA-militanten als Vooruit bereid is te besturen met N-VA. Of met Open-VLD, of CD&V of whatever. Want dat zijn allemaal rechtse partijen. Volgens PVDA kan en mag je niet met rechtse partijen samenwerken. Door PVDA wordt het zelfs geframed dat wij het liefst met rechtse partijen samenwerken. Dat is te gek voor woorden. Uiteraard is ons droomscenario een samenwerking tussen democratische progressieven, met nadruk op democratisch, dat wil zeggen, partijen die de werking van de democratie respecteren en dus erkennen dat niet iedereen hetzelfde denkt. De sociaal-democratie heeft altijd al samen met rechtse partijen bestuurd. Er lopen nu eenmaal ook rechtse mensen rond in onze samenleving. Die willen ook meestal maar het beste voor hun kinderen. Wij vinden hun oplossingen niet de beste oplossingen, vaak zijn het ronduit slechte oplossingen, maar dat vinden zij ook over wat wij voorstellen. In een democratie zoek je naar de middenweg, het centrum, en probeer je als progressief zo veel mogelijk binnen te halen. Dat is een trage weg, vol valkuilen, vergissingen en halfslachtige oplossingen. De meeste overeenkomsten die in gemengde coalities gesloten worden verdienen geen schoonheidsprijs, dat klopt. Maar het is wél de democratische weg. In Europa zijn we er als sociaal-democraten in geslaagd om - en dat is nergens ter wereld het geval - een degelijk sociaal vangnet uit te bouwen, een behoorlijke gezondheidszorg te garanderen, een onderwijs uit te bouwen waar iedereen terecht kan, een systeem van sociaal overleg recht te houden, waarin vakbonden nog hun rol kunnen spelen - eerlijk, ook met steun van de christelijke arbeidersbeweging - te verhinderen dat bedrijven ons volpompen met giftig spul… I know, het is allemaal niet perfect, en het wordt allemaal bedreigd en daarom blijft een sterke sociaal-democratie belangrijk.
Anti-politiek
Tijdens de vorige federale en Vlaamse verkiezingen heb ik de verkiezingsfolder van PVDA grondig gelezen. Het aantal keren dat politici verweten werden graaiende kloothommels te zijn, overtrof in veelvoud de kritiek op bijvoorbeeld frauderende rijkelui. De PVDA voert in eerste instantie een strijd tegen de politiek en tracht zo de vaak terechte onvrede te oogsten die bij mensen leeft over beleidsbeslissingen. Herinner u de campagne waarin PVDA politici afbeeldde met een clownsneus. Dat waren géén CEO’s of managers met een clownsneus, maar politici. De partij draagt met dat soort populistische discours bij tot de anti-politiek. Je moet politici wantrouwen, want het zijn profiteurs, zakkenvullers, graaiers, clowns… Als je de democratie naar de vaantjes wil helpen, is dat inderdaad de gedroomde strategie. Daarmee is niet gezegd dat de politiek geen kritiek mag krijgen, wel integendeel, een kritische houding is essentieel. Maar politici zijn géén clowns. Van zodra je dat zegt, heb je bij mij afgedaan. Als je echt wil graaien, ben je beter af in het bedrijfsleven, je weet wel, de CEO’s van ondermeer die platforms waar PVDA fortuinen aan uitgeeft om in de aandacht te komen.
Ze zijn zo braaf meneer
Zowel Groen als Vooruit hebben de afgelopen maanden te kennen gegeven dat ze geen zin hebben in een samenwerking met PVDA. Beide partijen wijzen op fluistercampagnes die PVDA opzet om andere progressieven in diskrediet te brengen. Het magazine Knack schreef dat dat géén harde bewijzen voor zijn. Dat klopt, wij lopen niet rond met camera’s om de reacties te filmen van PVDA-militanten of van kiezers die hun verhalen overnemen. Knack insinueert eigenlijk dat er een groot complot is waarbij Vooruit en Groen allerlei lelijke dingen verzinnen over PVDA, dat het niet PVDA is die fake news verspreidt over groenen en sociaal-democraten, maar dat het omgekeerde het geval is. Dat voorzitter Rousseau beweerde dat PVDA in een fluistercampagne bij kiezers met moslimachtergrond beweert dat Vooruit transgenderlessen wil organiseren voor kleuters is volgens Knack niet bewezen. Ik kan daar zelf geen uitspraken over doen, ik was er niet bij en heb het niet gehoord. Maar dat kiezers met moslimachtergrond worden opgestookt tégen Vooruit en Groen kan ik wel bevestigen. Onlangs nog moest een niet onbelangrijke Vooruit-kandidate op de vlucht slaan in Antwerpen tijdens huisbezoeken omwille van extreem agressieve reacties van mensen die “geïnformeerd waren over het hoofdoekenstandpunt van Vooruit” door PVDA militanten. “Dat is de eerste keer in mijn hele carrière dat me dat is overkomen,” vertelde ze me. Zo stoot het me tegen de borst dat PVDA een verschrikkelijke genocide in Gaza misbruikt om campagne te voeren tegen Vooruit en Groen, terwijl net de ministers van die twee partijen in dat dossier hun nek hebben uitgestoken. Of dat PVDA-militanten de treurige zelfdoding van een Palestijnse jongeman misbruikt hebben om anti-semitische sentimenten aan te wakkeren. Maar PVDA verzwijgt bij het paaien van potentiële kiezers met moslimachtergrond dat ze warm en koud blaast als het over de Oeigoeren in China gaat en daarbij telkens zowat elke stemming om China te veroordelen voor de slachting én - jawel - heropvoeding van deze moslimsgroep, tégen zo’n sancties stemt en plots oproept tot ‘nuance’. Want tégen China stemmen is toch zeker wél voor de imperialistische VS kiezen, zoals de Oekraïense bevolking steunen in hun strijd tegen de gruwelijke dictator Poetin not done is, omdat je dan de imperialistische NAVO steunt. Dat soort redeneringen.
Radicaal van het centrum
Mijn persoonlijke ervaring is dat dit al héél lang aan de gang is. In de campagnes zijn socialisten en groenen de vijand, na de verkiezingen vraagt de PVDA zich verbaasd af waarom we niet met hen willen samenwerken. Welnu, als je al jaren gebased wordt, uitgescholden voor neo-liberalen, racisten, verraders, slippendragers van rechts, comploteurs van het imperialisme …dan heb je weinig zin in een politiek huwelijk. Dat gevoel leeft héél erg breed binnen mijn partij; hoe het bij Groen zit weet ik niet. Maar de terughoudendheid bij Groen en Vooruit om samen te werken met PVDA kan ik enkel onderschrijven. Je kan niet eerst de potentiële bruid verkrachten en daarna vinden dat ze met jou moet trouwen. Zo werkt het dus niet.
Mijn geschrijfsel, daar wil ik duidelijk in zijn, is géén officieel partijstandpunt. Het is mijn persoonlijke mening, hoewel ik er nogal van overtuigd ben dat behoorlijk wat kameraden mijn analyse zullen delen. Ik schrijf dit omdat de discussie steeds weer oplaait en mijn partij veel verstandiger is dan ikzelf en daar voorzichtigheidshalve gematigder in communiceert. Noem mij in deze dus gerust een radicaal. Een radicaal van het centrum; aan de linkerkant van het centrum. Omdat ik er van overtuigd ben dat de meeste mensen zich graag in het centrum bevinden en graag met elkaar overeen willen komen. Omdat ik graag een glas wijn wil blijven drinken met een liberaal of een CD&V’er zonder in de goelag te belanden om heropgevoed te worden. De linkerkant, omdat niet enkel de geprivilegieerden tellen, maar ik van mening ben dat écht iedereen van belang is. En omdat we enkel stapsgewijs Vooruit kunnen gaan. Maar we moeten wél Vooruit.

Reacties
Een reactie posten